Slangenbeet!

Gebeten door een pofadder. Nu in het ziekenhuis. Snelle blogpost dus.

Meer info vind je door hier te klikken!

Kessel – noordelijke drakensbergen via Pretoria naar Kaapstad.

Alhoewel we weinig konden hiken door onze gezondheid, probeerden we toch zoveel mogelijk te zien van de machtige drakensbergen. Overmorgen moeten we ons vliegtuig naar kaapstad halen maar ondertussen gingen we nog een tussenstap maken in Kessel. Een pitoresk dorpje in de noordelijke drakensbergen. Niet zover van de Tugela-falls. De 2de grootste waterval ter wereld, in trappen.

We verbleven in een gezellige jeugdherberg waar we gerust nog wat langer hadden willen blijven. Ware het niet dat we er wat laat waren toegekomen dankzij een platte band onderweg. Mijn allereerste platte band ooit was zeer snel vervangen door een tijdelijk band waar we maar 80km/u mee mochten rijden. Dat vertraagde onze planning natuurlijk aanzienlijk.

Na de nacht in Kessel zijn we onmiddelijk richting Pretoria gereden om onze auto nog op tijd binnen te kunnen brengen. Het bleek wijselijk om zo snel te vertrekken uit Kessel. De weg naar Pretoria ging traag door de reserveband en de vele wegenwerken en files rond Johannesburg en Pretoria.

De kaap van de goede hoop.

In Pretoria verbleven we nog een nacht in dezelfde jeugdherberg als toen we hier de eerste keer waren. Het voelde een beetje als naar huis gaan. Of toch tenminste beseffen dat het eerste deel van de reis er al opzat. Niet zo’n fijn gevoel. Maar het goede nieuws was dat we nog heel Namibie en de northern cape konden doorcruisen en dat Kathleen ondertussen volledig genezen is. De zin in avontuur is dus groot!

De vlucht naar kaapstad verliep vlekkeloos en er is ons zelf geen enkele keer om ons paspoort gevraagd. Het was dan ook wel maar een binnenlandse vlucht van zo’n twee en half uurtje vliegen. Vanuit de 737 van British Airways kregen we een mooi zicht over de tafelberg en de omgeving van kaapstad.

Sani past ni

Sanilodge ligt vlakbij de Sani Pass. Dat is een bergpas in de zuidelijke drakensbergen. Enorm in trek bij 4×4 rijders en wandelaars. Heel het gebied van de drakensbergen en het achterliggende Lesotho is trouwens een paradijs voor wandelaars die van een stevige trektocht in de bergen houden. Maar ook ideaal voor mensen die wat willen genezen met gezonde berglucht en het gekwetter van zonnevogeltjes (kolibri’s zeg maar). We overnachten in een dorm en daarna in een tweepersoonskamertje.

De lodge organiseert zelf uitstapjes naar de Sanipass, een bushman-paintings trail en meerdaagse pony-tochten. Stel je bij deze activiteiten niet al te veel voor. De meeste dingen organiseer en doe je gewoon beter zelf.
Kathleen voelde zich vandaag al wat beter en ik kon haar gerust enkele uurtjes alleen laten om op mijn eentje aan te sluiten bij een groepje dat zich had ingeschreven voor de wandeltocht ‘In the footsteps of the bushmen’. De bushman in mijzelf kon dit moeilijk weerstaan en ik had nog altijd geen slang gezien en naar het schijnt krioelt het hier van die giftige beestjes. De gids was een vrolijke 50-er die veel wist over het leven van de bushmen. Een volkje dat leefde van jacht en pluk en uitzonderlijk bedreven was in het overleven in de natuur. Dankzij de gids weet ik nu bijvoorbeeld waar ik ondergrondse eetbare knollen kan vinden. Maar knollen interesseerden mij minder dan de rotsschilderingen op diverse plaatsen in de vallei. Ik herkende beesten en rituelen en leerde het onderscheid kennen tussen man en vrouw. Niet zo evident in een rudimentaire rotsschildering. Helaas geen enkele slang tegengekomen dus dan maar iets anders gedaan om de tocht nog wat avontuurlijker te maken.

De terugweg liep door een beekje. En dat beekje liep even verder naar beneden in een waterval van om en bij de 9 meter. De gids daagde iedereen uit om van de klif te springen en de bushman in mijzelf kon het niet laten van op dat aanbod in te gaan. Al lijkt er op het filmpje niets mis, ben ik blijkbaar toch niet zo gracieus in het water terechtgekomen want ik zou er nog vele dagen later rugpijn aan overhouden. Enkel wat verrokken spieren maar toch niet al te prettig gevoel. Maar het was de sprong wel waard :)

Terwijl de zon mijn kleren droogde en ik terugstapte naar de lodge, had Kathleen een aangenaam rustig namiddagje gespendeerd met 2 Belgen die we in de lodge hadden leren kennen. Eentje ervan was bioingenieur en wist dus heel wat te vertellen over de beesjes en de plantjes.

Pietermaritzburg – even bekomen

Op naar Pietermaritzburg!

Gisteren (22/03/10) besloten we wijselijk om niet in het ziekenhuis in Umtata te blijven en door te rijden naar het veel modernere Pietermaritzburg. We vonden een zeer gezellige kamer bij André in Prince Alfred Street Backpackers. André is een al wat oudere man die nu aan het bekomen is van zijn jarenlang rondreizen. Hij kan werkelijk uren en waarschijnlijk dagen vertellen over hoe fantastisch Mozambique, Ijsland of een ander eind van de wereld wel is.

Op rozen.

Maar hij raadde ons ook een victoriaans restaurantje / prulariawinkel / rozentuin aan om tot rust te komen en te genieten van een lekkere lichte maaltijd. The Rosehurst heette het plekje en naast een nogal pinky inrichting, was er ook een kleine bibliotheek waar duidelijk wat waardevolle oude werken stonden. Aan charme geen gebrek.

Op tgemakske.

Aangezien Kathleen wat immobiel was en ik stiekem ook wel wat deugd had van wat rust, zijn we het voorttrekkersmuseum gaan bezichtigen. Je mocht er geen foto’s trekken om onduidelijke redenen. Zo hard de moeite is het museum namelijk niet. Je leert er wat over de gewoontes van de Zulu’s en de verschillende wereldgodsdiensten in Zuid-Afrika. Ik kan mij betere manieren voorstellen om die zaken te leren.

Op consultatie.

Gelukkig waren er wel deftige dokters in het privé-ziekenhuis in Pietermaritzburg. Het goede nieuws was dat Kathleen haar knie niet aan het infecteren was. Het wat mindere nieuws was dat ze last kreeg van een gezwollen klier onder het rechteroor. Niet toevallig vlakbij een muggenbeet. De dader van de beet zal waarschijnlijk wat vieze bacteriën hebben overgedragen. In die mate zelf dat Kathleen er enkele dagen koorts van kreeg. En daarbij kwam nog eens een buikgriep-achtig ding bij ook. Reden genoeg dus om even te recuperenen.

Klimop

Op een waanzinnig interessante radioshow kwamen we heel wat Afrikaanse synoniemen voor een boomknuffelaar te weten waaronder stamvleier en boombeerkie. Volledig in de ban van de boom zijn we in Pietermaritzburg naar de botanical gardens geweest. Elke vierkante meter staat hier wel een andere boom of plant en het is zeer rustgevend om door de tuinen te slenteren. Gepensioneerden krijgen hier korting op de inkom en ik kan mij wel voorstellen dat het lopen tussen oeroude bomen je wel wat jonger doet voelen.

Hakuna Umtata

Pothole in the wall.

p1030001-mediumUmtata of Mthata of waarschijnlijk nog 20 andere schrijfwijzen, is de stad vlakbij de geboorteplaats van ene zekere Mandela Nelson. Lijkt hier wel een bekend persoon te zijn want ze hebben er genoeg musea voor opgericht. Maar dat is niet de reden waarom we het desolate coffee bay verlieten. De jeugdherberg in Coffee bay mag dan wel prachtig gelegen langs de wild coast in het putteke niets, je wordt er voortdurend aangesproken met de vraag of je mushrooms of andere exotische middeltjes wenst. De kinderen beginnen ’spontaan’ het volkslied te zingen om je tijdens hun laatste zin al achter geld te vragen. Ze willen je zelf met plezier begeleiden naar de ‘Hole in the wall’. Dat is een gat in een rots waar je naar het schijnt de zee enorm luid kan horen. Die rots ligt op 6 km van de jeugdherberg. Maar aangezien we naar hier gekomen zijn om wat te recupereren van de wonde aan Kathleen haar knie, doen we het vandaag wat rustig aan. Om zeker te zijn dat de wonde goed geneest willen we graag een dokter zien. De dichtsbijzijnde normale dokter (kruidendokters, sangoma’s en andere spirituele mambo jambo vermijden we liever als het om onze eigen gezondheid gaat) zit in Umtata. Dat wil zeggen dat we heel het pothole-wegje naar Coffeebay terug zigzaggend mogen trotseren. Wederom miraculeus zonder ongeval of platte band.

The more rain, the more rainbows.

p1020993-mediumAangekomen in Umtata was het even zoeken naar het hospitaal of toch tenminste naar de juiste ingang ervan. Toen we moesten aanschuiven voor een registratiebriefje viel ons op dat het ziekenhuis er doorgaans slecht aan toe was en er ook niet zo heel proper uitzag. We besloten dat het beter zou zijn om de achtergestelde wildcoast en het arme binnenland achter ons te laten en door te reizen naar de grote stad Pietermaritzburg. Deze lag nog 5 uurtjes rijden van ons en we gingen er dus niet voor zonsondergang aankomen. Volgens de gps en de kaart lagen er nog wel wat dorpjes op de weg en we gingen dus wel zien waar we terechtkwamen. Onderweg nog een flinkse plensbui, enorme windstoten en een zeer stralende regenboog ontmoet. De avond viel over het glooiende idylische landschap en de horizon van het drakensbergen-massief. De kronkelweg werd een beetje te gevaarlijk om vlot over te rijden. Bovendien waren we allebei nogal moe van het rijden en verlangenden we naar wat nachtrust. De warme dagen en het continu aandachtig zijn op de weg, de mensen en de natuur, werken op ons gestel.

p1030023-mediumWe besloten te overnachten in King George Country Hotel. Maar wat grindwegjes later bleek dat volzet of in grote-kuis-fase te zijn. Ze verwezen ons door naar het Ambel hotel een beetje verder op de grote baan. Hier liet de nachtwacht ons binnen in een ruime kamer met frigo, tv en microgolf. Dat mag ook wel voor 670 Rand (zo’n €67), veel geld hier in Z-Afrika. We vielen in slaap bij het intrigerende ‘Make me a supermodel’.

Black kitty, bad luck.

Gisteren zijn we toegekomen in Port St Johns. Toen we incheckten in Amapondo Backpackers, hoorden we dat er de volgende dag een 5-daagse trektocht begon die eindigde in Coffee Bay. Ik had al gelezen hoe prachtig de tochten langs de ongerepte natuur waren en ik had erg veel zin om nog eens enkele dagen te hiken. Erg enthousiast schreven we ons dus in voor de wild coast hike.

’s Avonds aten we nog een T-bone steak in het gezelschap van een zwart lief katje. Na het avondeten was er nog een laat Saint Patrick’s day feestje in de bar maar daar zijn we niet lang gebleven. De ochtend nadien moesten we al om 8uur klaarstaan voor het vertrek dus we konden wel wat slaap gebruiken.

p1020980-medium7.55 – de tent afgebroken, langs de Spar gegaan voor de lunch en nog wat extra Randen afgehaald, we waren klaar voor de hike. “Coach”, onze gids, leidde ons langs de kust van Port St Johns, door de dichtbeboste heuvels naar een Xhosa-dorpje dat op zo’n 5 kilometer lag van St Johns. Erg fijn om door te lopen. Wit gesmeerde gezichten* staarden ons vriendelijk aan. De appelblauwzeegroene en roze huisjes wisselden elkaar af. Ezels, koeien, schapen, geiten en honden bevolkten de kiezelweggetjes. Na een serieuze klim door het binnenland, daalden we snel af richting de kust. We zouden in Umngazi halt houden om uit te rusten en wat te eten. De middagpauze werd in een sjiek bungalowpark gehouden. Vreemd om ineens toe te komen in een vakantiedorpje. Je verwacht je niet meteen aan een toeristischer plaatsje wanneer je net wat in de bush gelopen hebt en uit een Xhosa-dorp komt.

Toen we de parking van het bungalowpark, richting receptie, stapten liep het wat fout. Ik liep over een rooster -dat blijkbaar niet echt vast gemetseld zat- en viel erdoor. (zou die zwarte kat van gisteren er voor iets tussenzitten?) Op het eerste zicht leek het niet zo erg maar de wonde aan mijn knie begon na enkele seconden toch stevig te bloeden. Het zag er ineens niet meer zo mooi uit en het begon ook redelijk wat pijn te doen. De gids dacht het ergste en sprak al over een ziekenhuis. Gelukkig hadden we zelf een uitgebreide EHBO-kit mee (met dank aan de papa) zodat we ons genoeg konden behelpen. De “dokter” van het vakantiepark hielp ons met het schoonmaken van de wonde. Hij raadde ons aan om de hike stop te zetten en omdat ik niet deftig kon wandelen heb ik dat advies maar opgevolgd. Redelijk teleurgesteld gingen we dan maar uit het vakantiepark, terug naar Port St Johns.

p1020981-mediumDe rit terug naar de backpackers was een belevenis op zich. We namen voor het eerst een publieke taxi, zo’n minibusje waar 20 Afrikanen op elkaar gepakt zitten. De eerste taxi hield het uit tot wanneer we na een halfuurtje rijden op een geasfaleerde weg uitkwamen. De chauffeur stopte snel even om een reserveband aan te kopen langs de weg. Nog geen 2 seconden later vloog de rechter achterband uit de as. Hup, iedereen uit het busje en op zoek naar een nieuwe taxi. We hadden snel een nieuwe taxi te pakken die ons uiteindelijk aan het marktplein in St Johns afzette. Daar stapten we over naar een ander busje dat het hele dorp doorkruiste. Terwijl het busje vol zat, kwam er nog een gezin (6 mensen) bij, gezellig! Ik hou ervan om de couleur locale op te snuiven maar ik was blij wanneer we in ons hostel aankwamen.

*Xhosa-mensen smeren hun gezicht in met een soort witte klei, tegen de zon.
Net zoals de Zulu’s wonen ze vaak in rondavels, hebben ze een sangoma -plaatselijke dokter- en gebruiken ze veel clicks in hun taal. Voor de rest lijkt het Xhosa helemaal niet op het Zulu en moeten ze niet echt veel van elkaar weten.

Over zulubier en ongewassen voeten.

Zulu-time.

p1020778-mediumZo’n 3 uurtjes rijden in noordwestelijke richting van St.-Lucia ligt Eshowe. Redelijk centraal gelegen in Kwazulu-Natal, het gebied van de Zulu’s. De zuluverhalen van Daryn in St.-Lucia en zijn aanbeveling voor de jeugdherberg in Eshowe hadden ons warm gemaakt voor een uitgebreidere onderdompeling in de zulu way of life. De hollanders Wietske en Douwe dachten er net hetzelfde over en reden in hun eigen auto mee naar Eshowe. Alhoewel zulu-time wil zeggen dat je gerust enkele uren later mag zijn als was afgesproken, gold dat niet voor ons bezoek aan een traditionele genezer of Sangoma.

Sangowa?

Eenmaal aangekomen in de zo goed als verlaten jeugdherberg van Eshowe, kregen we een korte uitleg over de sangoma’s. Zulu’s zien hun sangoma’s als een dokter, priester, psycholoog en familielid. Wij zagen het meer als iemand die vooral veel giften ontvangt en daardoor status krijgt. In het beste geval verdeelt de sangoma de giften aan diegene die ze het meeste nodig hebben. Een soort van ziekenkas dus. We reden een half uur over kronkelige zandwegjes langs erbarmelijke dorpjes waar dan ineens een stenen schoolgebouw tussen staat. De staat heeft toch duidelijk door dat ze moeten investeren in opleiding, een goede zaak!

Hutjespot.

p1020833-mediumEen zuludorp bestaat niet echt. Zulu’s hebben de neiging van hun ronde hutten te bouwen rond de hut van iemand met veel geld en aanzien. Niet zelden is dat ook een familiehoofd. Op die manier onstaan er overal verspreid groepjes van een 10-tal hutten. Tussen die groepjes ligt dan een klein pad dat de vele koeien en schapen ook gebruiken om ’s avonds terug naar hun ’stal’ te gaan. Niemand lijkt zich erg te storen aan onze aanwezigheid. De kinderen zijn erg enthousiast dat er blanke mensen langskomen en zwaaien voortdurend naar ons. Al lijkt het soms ook dat ze gewoon hun hand uitsteken om wat centen.

Mambojambomagictime!

p1020839-mediumAls we onze weg vinden naar de grootste hut blijkt de viering al bezig te zijn. Iedereen noemt de Sangoma hier big momma. Big momma is al naarstig bezig met preken en de uitdrijving van kwade geesten. Onze schoenen blijven buitenstaan en we buigen ons eerbiedig een weg naar een klein plaatsje dat ze voor ons hebben vrijgehouden. We verstaan natuurlijk geen Zulu maar onze plaatselijke gids, Gladys, fluistert ons af en toe wel in wat er gebeurt. Meestal is dat steeds weer een ritueel om kwade geesten af te wenden. Hiervoor worden verschillende artefacten gebruikt. Een doekje veegt het kwaad (en zweet) van het gezicht, een houten staf klopt de geesten dood en de rum… tja. De sangoma heeft achter haar een hele winkel aan ‘tovermiddeltjes’ staan. We krijgen muntsnoepjes, een banaan, een shotje rum en dan krijg ik ineens een houten kom sap aangeboden uit een grote ton. Er wordt vriendelijk aangedrongen dat ik ervan drink. Het ziet eruit als roosbruin schuim met brokjes. Het smaakt heel zuur en dan wordt er mij uitgelegd dat het zulu-bier is. Goedkoop en je wordt er snel zat van. Dat verklaart ook meteen de uitgelatenheid van sommige aanwezige zulu’s.

Trance.

Op een bepaald moment zet de koorleider en tevens de zoon van de sangoma een zoveelste lied en en blijft de menigte opzwepen. Het geluid van de drums, het geschreeuw van de koorleider en het ge-lalalalalalalala van de vrouwen brengen de Sangoma helemaal in trance. Hierbij schudt ze met haar hele lijf om daardoor weeral al het kwaad uit de drijven. Toch wel eigenaardig hoe iedereen hierin meegaat. Na de energieke trance volgt iets wat lijkt op een gebed en dan horen we enkele zinnen die ons heel vertrouwd in de oren klinken. En wij verstaan nochtans geen zulu. De kadans en de toon van het gebed laten er geen twijfel over bestaan dat we naar de zulu-versie luisteren van het ‘onze vader’. Dat moet de invloed van de engelse voorttrekkers zijn die lang geleden door zulu-land trokken.

Love & alcohol in the air.

We werden nog vriendelijk aangemoedigd om een kleine talisman te kopen. Aangezien de locals dit ook deden, het maar 10 rand (€1) kost en we ons helemaal niets verplichten, kopen we 2 kleine schildjes gemaakt van koeienleer. Het klinkt als toeristische uitmelkerij maar dat is het hier niet. Als je naar een cultureel disneyland gaat als Shakaland, dan zie je naar het schijnt wel de ene fake vertoning na de andere. Maar in dit dorpje is alles nog authentiek en buiten de maandelijkse groep van een 5-tal toeristen, zien ze hier weinig blanken. Een wel heel uitbundige zulu probeert nogal wat indruk te maken op Kathleen. Het is dan ook heel charmant als één van zijn vrienden stotterig komt melden dat zijn vriend volledig zot is van zo een mooi meisje als Kathleen. Ik kan hem dat moeilijk kwalijk nemen maar toch doet hij lachend een teken dat ik schijnbaar moet interpreteren als ‘wasjout’. Watch out dus. Dat ik maar moet oppassen of ik ben mijn meisje kwijt. We lachen er allemaal eens hartelijk om en de zulu gaat terug zitten om daar nog wat giechelend verder te fantaseren.

Bier en geld = geluk.

Er volgt nog een bedankingsmoment waarop iedereen op zijn knieën aanschuift naar de sangoma. Iedereen vraagt hulp voor kleine of grote problemen of bedankt de sangoma voor bewezen diensten. Dat gaat dan van een mirakel dat er 2 auto’s tegelijk stopten toen er iemand wou liften tot de genezing van een familielid. De sangoma wordt overladen met kaarsen, handwerk en geld. Geld waarvan ze alle briefjes op haar hoed speldt. Een duidelijk symbool van status. We hopen maar dat ze dat kostbare geld niet enkel opbrast aan zulu-bier en rum. Als het onze beurt is, stel ik mijn wens om nog veel zo’n vriendelijke zulu’s tegen te komen op onze reis. Elk van onze wensen wordt op enthousiast applaus onthaald. Dan worden we vriendelijk verzocht de hut te verlaten. De viering zal zonder ons nog enkele uurtjes doorgaan tot vanavond. Waarschijnlijk ligt iedereen dan gelukzalig te kronkelen onder invloed van het zulu-bier.
Het is nog even wachten op de auto dus komen er een heleboel kinderen op ons af met de zotste manieren om aandacht te trekken. Opdat we toch maar weer een foto zouden trekken, waar ze steeds weer kostelijk om moeten lachen.

St-Patricks Day.

Vandaag is het ook St.-Patricks day. De dag waarop heel de wereld in het groen gekleed gaat en Guiness drinkt. Wij (ik, Kathleen, Wietske en Douwe) deden mee in de bar van het hotel naast de jeugdherberg.

Grave mangrove man!

Daryn dat kleine café aan de haven.

Daryn had zich ondertussen al ruimschoots bewezen als uitstekende gids en dus stelden we hem nog wat verder op de proef. We gingen met hem op morning walk. Lijkt banaal maar dat is het niet. Daryn houdt namelijk al eens van een pintje, een amarula nog een pintje en dan nog een 20-tal. En dat heel de dag door. Maar het maakt hem er absoluut niet minder bekwaam of gepassioneerd door. De man spreekt Zulu, beetje Xhosa en weet werkelijk alles over de beestjes en natuur in St.-Lucia. Enkel over de 250 verschillende soorten gras weet hij niet alles. Enkel dewelke je kan oproken. Maar de 536 vogelsoorten en 114 vissoorten kent hij allemaal bij naam. Hij vult die kennis aan met verhalen uit de zulu-cultuur en verhalen over die ene keer dat hij echt veel gedronken had. Nu ik erover denk… Al zijn verhalen beginnen zo. Maar nogmaals, Daryn is echt een enorm goede gastheer en verwent zijn gasten met gratis weetjes, gamedrives en grappige verhalen. Maar ik ging dus schrijven over de morning walk in plaats van reclame te maken voor de BiB’s backpackers.

Uit de voeten.

We vertrokken aan het Crocodile center. Ik had al verteld dat Santa-Lucia vol zat met krokodillen en ander gevaarlijk wild. Het is zelf een big 5 reserve, wat wil zeggen dat er leeuwen, neushoorns, luipaarden, olifanten en buffels zitten. Daryn gaf ons dan ook de deskundige uitleg dat eenmaal we de omheining over waren, we ons aan enkele regels moesten houden. Als we aangevallen worden, klim dan in een boom (tenzij bij een leeuw of luipaard, dan hebt ge sowieso in het pateeke gebeten en de beestjes in u) of ga op de grond liggen, verstopt tussen het hoge gras. Daryn lokt de beesten wel weg en ‘will play with them’. Hij hoopte natuurlijk, net als ons, dat het niet zover zou komen. Bewoners van St.-Lucia zijn het gevaar wel al gewend, er zijn niet minder dan 17 luipaarden gesignaleerd in de omgeving van het dorp. Binnen de omheining van het reservaat (waar luipaarden hun poten aan vegen en er gewoon over springen via de bomen) zitten er nog veel meer. En hippo’s worden regelmatig eens in het zwembad in iemand zijn achtertuin gevonden. Het zal je maar overkomen.

Weetjes over beestjes.

Helaas of gelukkig zagen we geen groot wild buiten impala’s en soortgenoten dan. Maar de morning walk was daarom niet minder interessant. We liepen door de zompige mangroven tot onze enkels in de modder. Leerden over de flashy oranje krabben en de slakken met een aangeboren eb-vloed gevoel. We zagen lepelaars en crocks zwommen wat verder in het meer. En we leerden ook dat zulu’s de geest van hun overledenen vervoeren van de plaats van het overlijden naar de hut van de voorvaders in een stok. Niet verschieten als je dus een zulu met een stok op de bus ziet zitten, het kan familie zijn.

Hiep hiep hippo!

Na de morningwalk nog wat langs het strand en in de jeugdherberg gekuierd. En ’s avonds op onze dagelijkse hippo-hunting trip! Deze keer wèl met succes! Er liep een hippo in de koplampen en verdook zich na enkele seconden terug in de bush om nog heel de nacht verder te grazen. En als je een baby hoort wenen in de bush, geen paniek, het is maar een bushbaby. Een klein schattig aapje dat niet zoveel voorkomt en zo heet omdat zijn geluid klinkt alsof er een baby huilt. Beetje eng als je ’snachts in je tent ligt.

Rainy St Lucia

Gisteren zagen we de eerste regen in Afrika. Na de braai begon het wat te druppelen. We kropen nat de tent in en de stortregen hield ons die nacht wat uit onze slaap.

Omdat het vandaag ook een wat grijze, regenachtige dag was, besloten we om er een relax en ‘administratief’ dagje van te maken. Wat schrijven voor de blog dus maar ook wat mails checken, rekeningen nakijken en lezen (ik ben net begonnen aan “In Disgrace” van Coetzee).

Wanneer ik ’s middags wat geld wil afhalen aan de ATM van De Standard Bank, wordt mijn bankkaart zomaar ingeslikt door de rotautomaat. Erg stom maar wat telefoontjes later is mijn kaart al geblokkeerd en is er geregeld dat er een nieuwe kaart komt overgevlogen in maart.
Gelukkig hebben we ook enkele betaalkaarten op zak dus we moeten niet direct vrezen dat we geen geld kunnen afhalen. Om dat te vieren (en omdat een mens het braaien wel eens beu wordt) geven we meteen wat geld uit aan een uitgebreide vismaaltijd in een restaurantje. Karl krijgt een vrij blubberige calamaressteak op zijn bord en ik krijg een zeevruchtenwrap voorgeschoteld.

In de namiddag en ’s avonds zaten we bij Wietske en Douwe. Na enkele spelletjes pool werd het weer braaitijd en nadien ging ik samen met de hollanders, enkele duitse meisjes en Daryn naar een cafeetje. Karl bleef in de tent omdat het middageten hem niet goed beviel. In het café stelde Daryn een klein drankspel voor waarbij je vertrouwen in je backpackervrienden op de proef werd gesteld. Je nam een shotje in je mond, legde je tong naar achter (zodat de alcohol dus verzameld werd vooraan in de mond) en nadien stak één van uw reisgenoten de drank in brand met een bricet. De vlam die uit ieders mond kwam was best mooi om zien. Nickelson (Daryn’s Jack Russell) vergezelde ons terug van het café naar de backpackers.

Happy hippo hunting

Met Buffels tussen de buffels.

Bib’s backpackers organiseerde vandaag een gamedrive + snorkelen + braai uitstap richting Cape Vidal. Een tiental euro’s per persoon voor al dat lekkers én unlimited free beers or wine! Genoeg argumenten om in het bakkie (=laadbak) te springen en mee te gaan met de rest van de hostelgasten. Onderweg naar het strand van Cape Vidal een troepje buffels begroet en the usual hippo’s. Op het strand waren de aapjes zo vriendelijk om alle vuiligheid uit het zand te plukken. Tot nu toe nog geen echt agressieve apen tegengekomen dus ik blijf ze voorlopig nog leuk vinden.

Toe ga mee naar snorkelland.

Voor mij was het de eerste keer dat ik zwemvliezen aantrok en het blijkt verdomd lastig om met die flippers overeind te blijven staan. Laat staan te waggelen naar het water. Het snorkelen zelf was maar matig omdat ik het niet aandurfde van ver de zee in te zwemmen. De stroming is hier namelijk gevaarlijk sterk en het is onmogelijk om op dezelfde plaats te blijven staan of zwemmen.

Braai een keer in het rond.

Boerewors is de kruidige variant van onze belgische boerenworst. Samen met een broodje en een hardgekookt eitje een lekkernij waar de aapjes gapend naar keken. Aan tafel werden we nog wat gestoken door beestjes en kwamen we te weten dat de 4 hollandse meisjes tegenover ons in Pretoria gewapend overvallen werden in hun verblijf en vastgebonden werden terwijl de niet al te snuggere overvallers de helft van hun waardevolle dingen vergaten.

Hippohighway.

Met wat omwegen keerden we terug richting jeugdherberg maar niet zonder eerst een wandeling langs een meer te maken. Niets bijzonders lijkt het, ware het niet dat het meer krioelde van krokodillen en hippo’s. Spannend en vooral ook leerrijk en geestig. Een beetje verder nog een eenzame witte neushoorn gespot, weer wat buffels en uiteraard massa’s zebra’s en een verscheidenheid aan antillopen.

Zuludancing.

Tijdens het avondeten werden we verrast door een groepje meisjes die kwamen dansen. Het bleken weesjes te zijn uit een nabijgelegen weeshuis die hier elke week kwamen dansen. Onze eerste echte kennismaking met wat zulucultuur. Beetje vreemd en ongemakkelijk maar wel eerlijk (niet enorm fake toeristisch) en leuk.